Basketball
regels
Voor een compleet
overzicht klik hier.
Basisregels
van het basketball
Basketballregels voor
Beginners, jan met de Pet, Toeschouwers en ander Publiek...
Basketball
is een wedstrijdspel zoals ook voetbal en handbal. Basketball wordt soms
voorgesteld als een spel, waarvan de spelregels ingewikkeld zouden zijn.
Dit gaat slechts in beperkte mate op. Wie basketball speelt of geniet als
een beetje erbij, heeft genoeg aan enkele basisregels.
Degene die
besluit competitiebasketball te bedrijven, moet de omvangrijke speciale
wedstrijdregels beter leren.
SPELBEELD
Twee ploegen
met ieder 5 spelers proberen de bal in de basket van de tegenpartij te
gooien en te verhinderen dat doelpogingen van de tegenpartij slagen. Het
officiële speelveld is 15m breed en 28m lang. Daarop bevinden zich
dus 5 spelers per team. Aangezien vaak alle spelers aanvallen en verdedigen,
bewegen zich afhankelijk van de verdedigingsvorm tien spelers binnen een
halve cirkel met een doorsnede van 6 tot 7m, gemeten vanaf de basket.
Jongeren tot
12 jaar spelen met een minibasketbal, die kleiner is dan de basketbal van
ouderen. Dames spelen basketball met een iets lichtere bal. Bij jongeren
tot 12 jaar hangt bovendien de basket op een hoogte van 2.65m, terwijl
die normaal op 3.05m hangt.
PUNTENTELLING
Voor een velddoelpunt
worden twee punten toegekend, voor een doelpunt van achter de grote gebogen
lijn op 6,25 meter 3 punten en voor iedere vrije worp één
punt.
SPEELTIJD
De speeltijd
bedraagt 2 maal 20 minuten met 10 minuten rustpauze.
LOOPREGEL
Een speler
mag niet lopen met de bal in de hand. In totaal zijn slechts twee contacten
(= aanrakingen met de grond) toegestaan met de bal in de hand. Vangt de
speler de bal in stand (1e contact), dan mag hij slechts nog één
pas maken (2e contact) met het speelbeen; het andere been wordt standbeen.
Een speler
mag naar goeddunken net zo veel passen met het speelbeen maken (pivoteren),
als hij daarbij zijn standbeen maar niet van zijn plaats beweegt; het draaien
op de plaats is geoorloofd. Met de bal in de hand springen en weer landen
is een loopfout.
DRIBBELREGEL
Bij het dribbelen
wordt de bal met de hand op de grond gestuiterd. Nadat de bal met één
of beide handen tot stilstand is gebracht is het opnieuw dribbelen niet
toegestaan (second dribble).
UITBAL
De bal is
uit, wanneer hij buiten het speelveld op de grond of op de lijn valt. Hij
is eveneens uit, wanneer de bal door een speler aangeraakt wordt, die zich
buiten het speelveld bevindt of de lijn aanraakt.
SPRONGBAL
Bij een sprongbal
wordt de bal tussen twee spelers omhoog geworpen. Als hij het hoogste punt
bereikt heeft, mogen de spelers hem in de sprong aantikken, maximaal twee
maal. De bal mag niet worden gevangen.
Tot een sprongbal
wordt o.a. gegeven:
- bij het
begin van iedere speelhelft in de middencirkel;
- bij bal-vast,
dat betekent, dat twee spelers van verschillende partijen de bat allebei
zó stevig vasthouden, dat hij niet gespeeld kan worden, of dat de
bal bijvoorbeeld klem zit tussen ring en bord.
PERSOONLIJKE FOUT
Een persoonlijke
fout is een opzettelijk lichamelijk contact met een tegenstander. Een persoonlijke
fout wordt als volgt bestraft:
- inworp vanaf
de zijkant bij eenvoudige fouten;
- 2 vrije
worpen bij opzettelijke en grove fouten;
- 2 vrije
worpen bij een fout tegen een speler, die een doelpoging ondernam, in het
geval het schot mis ging;
- 1 vrije
worp bij een fout tegen een op de basket schietende speler, in het geval
het schot doel trof.
5-FOUTEN-REGEL
Een speler,
die 5 fouten (persoonlijke en technische) heeft begaan, moet het speelveld
verlaten. Hij kan door een wisselspeler vervangen worden.
7 TEAMFOUTEN IN EEN SPEELHELFT
Heeft een
ploeg in één speelhelft gezamenlijk 7 persoonlijke fouten
begaan, dan wordt iedere verdere fout in die speelhelft met twee vrije
worpen bestraft.
VRIJE WORP
De speler,
tegen wie de fout begaan is, moet de vrije worpen zelf uitvoeren.
3-SECONDEN-REGEL
Geen speler
van de in balbezit zijnde partij mag zich langer dan 3 seconden in de begrensde
zone (bucket) van de tegenpartij ophouden. Na een doelpoging wordt opnieuw
begonnen met tellen van de 3 seconden.
5-SECONDEN-REGEL
Een team moet
binnen 5 seconden een inworp of een vrije worp uitvoeren.
10-SECONDEN-REGEL
Een team moet
binnen 10 seconden de bal vanaf eigen helft naar de helft van de tegenstander
gespeeld hebben.
Wordt t.z.t.
teruggebracht naar 8 seconden!
Terugspelen
naar eigen helft is niet toegestaan.
30-SECONDEN-REGEL
Een ploeg
moet binnen 30 seconden een doelpoging hebben ondernomen. Wordt t.z.t.
teruggebracht naar 24 seconden, hetgeen een versnelling van het spel tot
gevolg zal hebben.
TECHNISCHE FOUT
Technische
fouten worden in 't algemeen gekenmerkt door onsportief gedrag of door
vergrijpen op formeel gebied (bijv. foutieve wissel).
AANRAKEN VAN BASKET EN
BORD
Een speler
mag de basket met inbegrip van het net of het bord niet aanraken, indien
de bal zich op de ring bevindt.
SPELEN VAN DE BAL BOVEN
RINGHOOGTE
Een bal, die
zich boven ringhoogte in dalende lijn bevindt, mag door geen speler in
de bucket aangeraakt worden, tot de bal de ring geraakt heeft.
WEDSTRIJDKLOK
Na ieder fluitsignaal
van de scheidsrechter wordt de klok stilgezet. Ze wordt weer aan de gang
gezet, wanneer na het in-het-spelbrengen van de bal, deze door een speler
in het speelveld aangeraakt wordt. Na een score wordt de klok niet stilgezet
omdat de scheidsrechter niet fluit.
TIME-OUT
Iedere ploeg
staan per speelhelft 2 time-outs ter beschikking van ieder één
minuut. Een time-out wordt toegestaan wanneer de klok stilstaat.
Grote delen
van deze tekst zijn overgenomen uit het boek 'Basketball, training, techniek,
tactiek' van Lothar Waldowski, uitgegeven door uitgeverij Elmar B.V. te
Rijswijk. ISBN 90-389-001-5. Het boek is niet meer in de gewone handel,
maar mogelijk verkrijgbaar bij De Slechte.